Westendiger 'nieuwbouw' op de Zuiderbrink

Westeinde 30 is een van de vijf boerderijen die in de 19de eeuw verrezen op de voormalige Zuiderbrink van Westeinde. De langgerekte buurtschap aan de zuidwestkant van Dwingeloo was vanouds de 'rijke zijde' van het dorp, met grote boerderijen en maar liefst drie havezaten: Batinge, Entinge en Oldengaerde.

 

Zijgevel aan de weg

Ook nummer 30 - gebouwd in 1868 - heeft forse afmetingen en een statig voorkomen. Het ligt zoals de meeste 19de eeuwse Drentse boerderijen met de zijgevel aan de weg. Daarin bevindt zich ook de baanderdeur, typerend voor het dwarsdeeltype, dat het voor de veeteelt onpraktische langsdeeltype met de baander aan de achterzijde verving. 

 

Weinig gemoderniseerd

Sinds de bouw is het pand aan de buitenkant weinig veranderd. Zelfs de vele mestdeurtjes in het stalgedeelte bleken nog grotendeels origineel.  Alleen de achtergevel werd op zeker moment flink aangepast, waarbij er diverse raam- en deurvensters bijkwamen - helaas meer dan goed was voor de stabiliteit, waardoor de gevel gevaarlijk begon uit te buiken.

 

In het bedrijfsgedeelte maakten de potstallen deels plaats voor grupstallen. Ook de deel werd deels als veestal ingericht, Zo kon er meer vee worden gestald op een hygiënischer wijze. Het geeft aan dat het accent bij dit van oorsprong gemengde bedrijf steeds meer op de veeteelt was komen te liggen. Het woongedeelte werd in 1960 gemoderniseerd, maar onder meer de opkamer met bedsteden, de melkkelder en de schouw bleven behouden.

 

Matige bouwkundige staat

De onderzoeken vonden plaats voorafgaand aan de restauratie en verbouw tot woonboerderij, die inmiddels (zomer 2018) in volle gang is. De bouwkundige staat van het rijksmonument bleek niet florissant. Een te ondiepe fundering zorgde in combinatie met een slecht functionerende hemelwaterafvoer op diverse plaatsen voor verzakkingen. Door verzakte gebintstijlen drukten spatkrachten van het dak de stalmuren naar buiten. Jarenlange inwerking van de mest en urine van het vee had een sterke verwering van het metselwerk tot gevolg. Daarbij hielp het niet dat deze muren voor een groot deel waren opgetrokken met leem. In het woongedeelte zorgde vooral ondeugdelijk hersteld voegwerk voor problemen.